Deel 1
Van Romeinen tot abdijen: de eerste wijnstokken op Belgische bodem
België is veel langer een wijnland dan de meeste mensen beseffen. Lang vóór er sprake was van een moderne Belgische wijnscene, werd hier al met wijnstokken gewerkt. Historische bronnen wijzen erop dat de Romeinen de wijncultuur naar onze streken brachten, waarna abdijen, kapittels en adellijke domeinen de teelt verderzetten en verfijnden.
In de middeleeuwen lagen er wijngaarden in de Maasvallei, rond Luik, Hoei, Namen, Dinant, Brugge en Brussel. Wijn was toen verre van een niche-luxeproduct: kloosters gebruikten hem bij religieuze diensten en in hun apotheken, en in een tijd waarin drinkwater vaak onveilig was, gold wijn geregeld als een betrouwbaarder alternatief. De verspreiding van wijnbouw in onze streken versnelde nog onder Karolingische heerschappij, toen religieuze instellingen een centrale rol speelden in de landbouw en het landgebruik.
Het bewijs dat deze wijntraditie diep in het landschap verankerd zit, lees je vandaag nog in plaatsnamen. In de Luikse regio herinneren namen als Vinalmont, Vivegnis en straten als Sous les Vignes aan wijngaarden die al eeuwen geleden verdwenen zijn. Het geheugen van het land spreekt, ook al is de wijnstok er al lang niet meer.
In de regio Luik leven de middeleeuwse wijngaarden letterlijk voort in het landschap — niet in wijnglazen, maar in plaatsnamen. Vinalmont (van het Latijnse vinea, wijngaard), Vivegnis en straten als Sous les Vignes herinneren aan een wijntraditie die al eeuwen geleden verdween. Zelfs waar de stokken lang verdwenen zijn, bleef het geheugen in het terroir hangen.
Deel 2
De Kleine IJstijd en het einde van een tijdperk
Dat vroege succes hield niet eeuwig stand. Vanaf de late middeleeuwen, en zeker vanaf de vijftiende en zestiende eeuw, kreeg de Belgische wijnbouw het steeds moeilijker. De Kleine IJstijd maakte het klimaat koeler en natter, wat de rijping van druiven sterk bemoeilijkte. Tegelijk werd bier technologisch beter én goedkoper — een directe concurrent voor de lokale wijn.
In de negentiende eeuw voltrok de definitieve neergang zich. Industrialisering, verstedelijking en een vlottere import uit Frankrijk, Duitsland en Spanje maakten lokale wijn economisch bijna onhaalbaar. Tegen het einde van die eeuw bleven in veel regio's nauwelijks nog wijnstokken over. Wat eeuwenlang een vanzelfsprekend onderdeel van het Belgische landschap was, leek voorgoed verdwenen.
Toch bleef in sommige regio's de kennis over druiventeelt springlevend — alleen in een andere vorm. In de Druivenstreek rond Overijse en Hoeilaart groeide vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw een bijzondere traditie: de teelt van tafeldruiven onder glas. Niet als wijngrondstof, maar als premium tafelproduct. Een ingenieuze omweg die de band tussen Vlaams-Brabant en de druif levend hield.
Beeldsuggestie
Historische druivenserre in de Druivenstreek (Overijse / Hoeilaart)
Wikimedia Commons — publiek domein
Een historische glasdruivenserre in de Druivenstreek. In haar glorietijd telde de streek tot 35.000 serres — een indrukwekkende industriële tuinbouwcultuur die de kennis over druiven en microklimaat levend hield.
Deel 3
De Druivenstreek: waar druivenkennis en terroirbeleving samenkwamen
De geschiedenis van de Druivenstreek rond Overijse verdient een eigen verhaal — en het is er eentje van pioniersgeest, innovatie en industrieel vernuft. De grote grondlegger was Felix Sohie uit Hoeilaart, die in 1865 zijn eerste serres bouwde en zo de teelt onder glas op gang trok. In 1878 volgden de gebroeders Danhieux in Overijse, en wat begon als een slimme tuinbouwinnovatie groeide uit tot een regionaal fenomeen dat Hoeilaart, Overijse, Huldenberg en Duisburg-Tervuren mee op de kaart zette.
De omvang van die druivencultuur was indrukwekkend. In haar glorietijd telde de streek tot 35.000 serres. In 1961 bedroeg de jaarlijkse opbrengst maar liefst 13 miljoen kilo tafeldruiven. Maar de sector kreeg zware klappen: buitenlandse concurrentie, de komst van de Euromarkt in 1962, en de energiecrisissen van de jaren 1970 maakten serreteelt veel duurder. Van 25.817 serres in 1970 zakte de streek naar 10.917 in 1980.
De Druivenstreek is dus geen klassieke wijnappellatie — maar ze bewijst wél dat de regio al meer dan een eeuw leeft van kennis over druiven, microklimaat, teelttechniek, handel en terroirbeleving. Dat erfgoed leeft vandaag voort in het bezoekerscentrum Dru!f in Overijse, en het legt een directe culturele brug naar de hedendaagse wijnbouw in het Hageland.
Rond 1900 betaalde men voor 1 kilo tafeldruiven uit de Druivenstreek ongeveer 3 Belgische frank — ruwweg het daglooon van een mijnwerker. Tafeldruiven waren geen gewone fruitschaal, maar bijna een luxegoed. De Druivenstreek leverde premium kwaliteit voor premium prijzen, lang voor het woord terroir courant was.
In 1937 trok een delegatie telers naar Koning Leopold III met een prachtige corbeille keurdruiven als geschenk aan het hof. De beroemde Leopold III-druif was geboren — en daarmee ook een stukje koninklijke marketing avant la lettre. Weinig producten kunnen zeggen dat ze letterlijk een koninklijke naam dragen.
Deel 4
1962: het jaar dat alles veranderde
De moderne Belgische wijnbouw herbegint pas écht in 1962. Dat jaar planten twee pioniers, onafhankelijk van elkaar, opnieuw professionele wijnstokken aan: Charles Legot in Hoei en Jean Bellefroid in Borgloon. Een toevallige samenloop die achteraf een keerpunt bleek. In de jaren daarna volgden ook namen als Jos Boyen en Maurice Fol, en begon de sector opnieuw geloofwaardigheid te verwerven.
Vanaf de jaren 1970 versnelt de heropleving — eerst voornamelijk met witte druivenrassen uit Duitsland (Müller-Thurgau, Auxerrois, Grüner Veltliner), later met een bredere mix van klassieke en resistente variëteiten zoals Johanniter, Solaris, Souvignier Gris en Muscaris. Die laatste rassen zijn bijzonder goed aangepast aan een koeler en vochtiger klimaat en vragen doorgaans minder gewasbescherming.
Een cruciaal institutioneel kantelpunt volgt in 1997, wanneer Hagelandse wijn de eerste Belgische Beschermde Oorsprongsbenaming (BOB) voor wijn ontvangt. Daarmee wordt wijn in België opnieuw niet alleen een experiment, maar een erkende landbouw- en terroiractiviteit met een officiële identiteit op de Europese wijnkaart. Het Hageland — met zijn zuidgerichte hellingen, ijzerzandsteenbodems en clusters van domeinen zoals Chardonnay Meerdael, Danouise en Kluisberg — fungeert sindsdien als het kwaliteitsanker van de Vlaamse wijnbouw.
Vandaag is Chardonnay veruit het belangrijkste druivenras in België, zowel qua oppervlakte als qua productie. In 2025 werd er alleen al bijna 1,3 miljoen liter wijn van gemaakt. Pinot Noir en assemblages met Pinot Meunier domineren de mousserende wijnen, terwijl resistente rassen snel terrein winnen. Het resultaat: Belgische wijn is tegelijk herkenbaar Europees én verrassend eigen — sterk in frisse witte wijnen en mousserende stijlen, gedragen door zuren, spanning en precisie als typische terroirkenmerken.
De Druivenstreek had niet alleen serres, maar ook logistiek vernuft. De komst van de stoomtram tussen Overijse en Groenendaal in 1894 gaf de handel een enorme duw vooruit. Druiven werden niet langer uitsluitend lokaal verkocht, maar efficiënter gedistribueerd richting Brussel en verder. Infrastructuur als hefboom voor terroirproducten — het is een principe dat ook vandaag nog geldt.
Statistieken
Oogstjaar in cijfers
Belgische wijn is geen massaproduct — het areaal en het aantal producenten stijgen bijna onafgebroken, terwijl het volume sterk schommelt met het weer. Elk oogstjaar is een nieuw verhaal van natuur, vakmanschap en timing.
| Oogstjaar | Productie | Wijnbouwers | Areaal | Context |
|---|---|---|---|---|
| 2013 | 553.395 L | – | 184 ha | Vroege professionele groeifase |
| 2017 | ~1.000.000 L | – | – | Referentiepunt voor een zwakker jaar |
| 2021 | ~2.000.000 L | 237 | 695 ha | Sector bereikt structurele schaal |
| 2022 | ~3.000.000 L | 259 | 801 ha | Eerste echt modern topjaar |
| 2023 | 3.434.604 L ↑ | 290 | 891 ha | Nieuw record op dat moment |
| 2024 | 1.225.747 L ↓ | 321 | 958 ha | Nachtvorst, nat voorjaar, schimmeldruk |
| 2025 | 4.300.000 L ↑↑ | 350 | 1.040 ha | Absoluut record — 1.000+ ha overschreden |
Bronnen: FOD Economie 2024, 2025, 2026 · Belgian Wines · Lekker van bij ons
Wist je dat?
Chardonnay is de absolute kampioen van de Belgische wijnbouw. In 2025 alleen al werd er bijna 1,3 miljoen liter wijn van gemaakt — meer dan welk ander ras ook op Belgische bodem.
2024 was het slechtste oogstjaar sinds 2017. Nachtvorst in het vroege voorjaar, een nat groeiseizoen en zware schimmeldruk halveerden de productie — van 3,4 naar 1,2 miljoen liter. Een herinnering dat Belgische wijn elk jaar opnieuw door de natuur wordt bepaald.
Hageland was in 1997 de allereerste Belgische wijnappellatie met een Europees erkende Beschermde Oorsprongsbenaming (BOB). Een historisch moment dat de Belgische wijnbouw definitief op de Europese kaart zette.
In de Luikse regio herinneren plaatsnamen als Vinalmont en Vivegnis aan middeleeuwse wijngaarden die al eeuwen verdwenen zijn. Zelfs zonder stokken bleef het terroirgeheugen in het landschap hangen.
Sleutelfiguren in de Belgische wijn- en druivencultuur
Beeldsuggesties
Luchtbeeld Overijse
Luchtfoto van Overijse met serres — zichtbaar bewijs van een druivencultuur die meer dan een eeuw het landschap bepaalde. (Wikimedia Commons)
Historische druivenserre
Een traditionele glasdruivenserre in de Druivenstreek. In 1961 produceerde de streek 13 miljoen kilo tafeldruiven per jaar. (Wikimedia Commons)
Druivenplukster tussen de ranken
Druivenplukster in een Belgische wijngaard — sfeervol beeld van de oogst die elk jaar opnieuw door weer en vakmanschap wordt bepaald. (Wikimedia Commons)
Wijngaard Genoels-Elderen
De wijngaarden van Genoels-Elderen in Limburg — een van de bekendste moderne Belgische wijnpioniers, symbool van de heropleving. (Wikimedia Commons)
Klaar om te ontdekken?
Van historisch erfgoed
naar hedendaags glas
De geschiedenis van Belgische wijn is er één van doorzettingsvermogen, terroir en timing. Vandaag telt België meer dan 350 erkende wijnbouwers op 1.040 hectare. Ontdek hun verhalen, bezoek hun domeinen, en proef de wijngeschiedenis in elk glas.